Home » Wolf en Heks » Wolf en Heks en de wilde storm.

Wolf en Heks en de wilde storm.

Heks was wakker geworden van de storm die tegen het heksenhuisje aan beukte. Het heksenhuisje kraakte en piepte ervan. Ook Wolf was er wakker van geworden. Het was donker in het heksenhuisje en donker buiten. Maar wolven moeten soms naar buiten om een boom te zoeken. Dus Heks deed 3 mantels over elkaar en bond haar heksenhoed extra goed vast. De deur van het heksenhuisje ging bijna niet open, zo hard waaide het.

In het bos leken de bomen wel te dansen, van links naar rechts, van voor naar achter. 

Af en toe hoorde Heks en Wolf een krakend geluid en vlogen er takjes en blaadjes voorbij.

Wolf bleef dicht in de buurt van de heks en Heks bleef dicht in de buurt van Wolf. In de verte hoorde ze allemaal geluiden die de wind meenam. Gehuil, gejoel....

Even dacht Heks dat ze hoef getrappel hoorde,

Heks en Wolf liepen snel verder want een bos is geen veilige plek als het zo hard waait. Wolf en Heks besloten toch maar om terug te gaan naar het heksenhuisje. En ze besloten zodra ze thuis zouden zijn om een haardvuur te maken en op te warmen bij het vuur. Want het waaide niet alleen heel erg hard, het was ook nog eens heel erg koud.

Wolf en Heks kwamen bij de rand van het bos, ze waren bijna thuis. Wolf wist nu de weg en liep een stuk sneller dan Heks. Nu durfde Wolf wel, hier kende hij goed de weg.

Wolf was al bijna uit het zicht van Heks toen iets haar aandacht trok, een raar geluid. 

Heks voelde hete adem in haar nek. Ze draaide zich langzaam om en keek in 2 vurige ogen.

Voor haar stond een enorm wit paard. Op het paard zat een grote oude man met een lange baard en een ooglapje. 

Ze stond aan de grond genageld. 

Het paard had acht benen. En het paard leek wel te zweven. 

"Uit de weg" Bulderde de oude man.

De oude man gaf zijn paard de sporen en het paard steigerde en brieste wild. De Heks stond nog steeds aan de grond genageld en keek met grote ogen naar het tafereel. Het paard steeg op en galoppeerde, snel bukte Heks.

Terwijl ze gehurkt op de grond zat hoorde Heks gejoel, trommels en het rammelen van kettingen. Een bulderend lawaai kwam snel dichterbij. Heks maakte zich zo klein mogelijk terwijl er boven haar hoofd een wilde stoet van schimmen en oude goden en godinnen voorbij denderde. De schimmen hadden geen ogen, maar lege zwarte kassen. De godinnen trokken de schimmen voort. Met veel gehuil en gejoel vlogen de schimmen mee terwijl ze met hun armen door de lucht maaide. Op zoek naar overgebleven zielen op hun eeuwige jacht.

En zo snel als de Wilde Heir aan kwam denderen, zo snel waren ze verdwenen. De winterlucht was nog steeds onstuimig, de storm raasde voort.

De Heks besloot dat het nu echt tijd was voor een haardvuur en magische thee. Ze zette haar hoed recht, sloeg de modder en blaadjes van haar mantels en liep naar huis.

Voor de deur lag Wolf te wachten. Snel maakte Heks de deur open en samen gingen ze naar binnen. Heks deed de haard aan, pakte een deken en ging op haar favoriete stoel zitten. Ze pakte haar magische boek en schreef op wat ze had meegemaakt in het bos, terwijl Wolf zich opkrulde voor het vuur................